Verschenen in Deus ex Machina,
28ste jaargang, nummer 111, Sint-Niklaas, 2004
Kleine zusters
Tot aan hun engelachtige nekken in stierkalf en parelhoen,
zijn er meisjes aan het opgroeien tot vrouwen
zonder te weten waarom;
er zijn eendjesvoerende moeders
en eendjesvoerende, grimmig kijkende dochters,
hun jurken ruiken naar kerk
en reuzenazalea's,
die er geen enkel idee van hebben
wat er op ze afkomt;
die ploeteren,
peperkoek bereidend,
geranium verzorgend,
sierrassen fokkend,
watergolvend,
geďnspireerd door de jam etende Zusters van St Joseph van Cordonolet,
door de Kleine Zusters der Armen, die niemand kent,
door kleine engelen -
dochters die denken dat ze alles begrijpen,
die oefenen in het weggeven van toffees en gekonfijte viooltjes,
die mistroostige zwanen fokken,
en wiebelige gevlekte muilezels,
voor wie de enige mannetjes stieren en mannetjeszwanen zijn,
en de enige man die ze kennen de Man is die ze niet kennen,
Hij die elk moment uit de wouden kan opduiken
met bloed op Zijn handen als een zonsopgang,
en hen op de een of andere manier kan verlossen;
wier privé-leven wordt verstoord
door het geluid van een bestelwagen
met iemand die door niemand is gevraagd, of gewenst, aan het stuur.
De verwoesting van Paaseiland
Ik weet niet of je ooit
hebt gewacht tot er iemand naar je glimlachte,
maar als dat zo is zul je weten hoe ik me nu voel:
alle andere glimlachen voor alle andere mensen
vallen en smelten
als sneeuw uit een ander tijdperk
die rivieren vormt waarlangs mooie vrouwen
avenues vol bomen aflopen, de zee in;
maar alles wat ik wil
is dat jij glimlacht naar mij.
Ik weet niet of je ooit
wilde dat iemand zijn hand naar je uitstrekte en je aanraakte,
iemand die de hele middag naast je zat
als een onbewoonde steen
en je gek maakte;
of als een rituele stenen vishaak
waardoor je snakte, bad om gevist te worden
maar als dat zo is,
zul je weten hoe ik me nu voel.
Je bent zwijgend als haren,
zo stil als katten,
zo zacht als kroppen sla,
zo resoluut en mysterieus
als de oorzaak van de vernietiging van Paaseiland
waar niets rest dan hoofden
en een paar hoogpotige kippen
die het niet erg vinden om zeewater te drinken.
Ik weet niet of je ooit
de hele dag niets hebt gedaan dan smachten,
maar als dat zo is, zul je weten hoe ik me nu voel.
Laten we het niet hebben over verliefd zijn
Laten we het niet hebben over verliefdheid, oké?
- over mijn verliefdheid, eigenlijk, oké?
over jouw opgeblazen gezicht, als een magnolia;
over buideldieren,
in wier kleine afgestompte huidzakken
ik zou willen kruipen, de lippen eerst;
over het storten van een miljoen watervallen
- alsof LIEFDE een koepel van glas is onder een meer
betreden door een doolhof van druipende tunnels
waarin ik hoopte en bad nooit gevonden te worden.
’s Nachts droom ik dat jouw slaapkamer is volgestouwd met eenden.
Jij ruikt naar mengvoer en roerei.
Sommige eenden zijn broeds, en willen niet opstaan.
En ik droom van de vingers van jouw verschillende vrouwen
die je edele delen onder de lakens betasten als snavels.
En je ligt dwars over het bed op een onmannelijke manier.
En ik ben wakker geschrokken van het geluid van knerpend glas
alsof de hele boel op het punt van instorten staat
en er water binnen komt stromen met een toevloed van vissen
die slobberde-slobberde-slob doen met hun mondgrote koppen.
Slapeloze nachten
Omdat je schreeuwt als een sluis,
omdat je schreeuwt als iemand die 's nachts wakker wordt
met razende kiespijn,
als een vracht halfbedekte lorries
die in een of andere afgelegen terminal gelost worden
met een hoop geschreeuw en gegesticuleer;
als het Mongoolse Rijk zelf,
donderend met zwaarlijvige ruiters;
omdat de laatste nacht die ik smachtend naar jou doorbracht
was alsof ik de nacht zonder kleren aan doorbracht
in een Daimler vol chow-chows
met de ramen dicht,
heb ik besloten mezelf tot bedaren te brengen,
en net te doen of mijn hoofd een tingelende bemoste grot is
waar niets gebeurt.
Negeer me
Negeer me.
Ik ging vannacht vrij normaal slapen,
maar vanochtend was ik iemand anders, niet mezelf -
iemand die zich had gewenteld in dromen over jou
als pauwhennen in de bloembedden van een vreemde;
die zwaar is van verlangen
als zakken vol vlees;
die opstaat, lawaaierig rond dendert
als een tweebenige ontsnapte neushoorn
op zoek naar iemand die in verte oogt,
of in de verte klinkt, of in de verte ruikt
als jij - en dan wanhopig mompelt Het spijt me.
Het spijt me.
Negeer me.
Ik denk de hele tijd aan je
Ik denk de hele tijd aan je. Ik denk:
dat jij leeft in een wereld van door koks bereide maaltijden;
dat iemand als ik helemaal verkeerd is voor iemand als jij;
dat ik mijn energie te danken heb aan de geplette hypofyseklieren
van duizenden biggetjes die dagelijks worden geslacht
in de Armour Packing-fabriek in Chicago, Illinois.
En in mijn dromen geef je mij Chicago.
En in mijn dromen breng ik varkens weer tot leven.
North Carolina
Alles aan jou is een beetje als ik -
op dezelfde manier als North Carolina een beetje is als Ribena
en dezelfde drie laatste letters heeft als vagina, wat bijna hetzelfde is,
maar veel donkerder -
hardvochtig en verleidelijk als ziekte,
verleidelijk als een straatdealer.
Stel je een wolk voor.
Stel je voor dat je een wolk eet.
Stel je voor dat je mond vol is van de wolk als de wereld.
En stel je iemand als ik voor met iemand als jij.
Ik heb je veranderd in een wolk.
Let op: ik ga je opeten.
Vertalingen van respectievelijk Little Sisters, The Devastation of Easter Island, Don’t Let’s Talk About Being In Love, Sleepless Nights, Ignore Me, I Think About You All The Time en North Carolina van Selima Hill