Verschenen in Archipel – Cahier international

de littérature, editie 23, Antwerpen, 2005

 

PETRARQUE VOYAGE NON ARMÉ PAR LES ARDENNES

Des roues grincent dans la brume par les forêts.
Les chevaux s'arrêtent presque avant le commandement.
Ils sont déjà passés par des milliers de collines et le long de milliers
de ruisseaux. Reposez-vous à présent, parmi des arbres étrangers.

Le poète reconnaît-il la différence entre les sons

de la buse et de l'épervier?  Il se gratte la tête, déambule quelque peu
à cause de ses membres raidis. A côté de lui de sombres étangs
contemplent l'air d’un stupide reflet, comme des oies fixant un orage.

Il cogite. L'existence se plie selon lui toujours au gré
des prédictions. Accomplis-toi, miracle, à chaque fois
à ses yeux: dans ces pentes inconnues aussi il voit
les contours de sa bien-aimée. Ils le rendent triste.

Il ne connaît pas très bien les limites du monde.
Que s'est-il passé dans ces régions dont il n'a jamais entendu?
Là aussi pourtant le soleil brilliait-il quotidiennement,
le retentissement de la vie recommençait-il sans cesse.

La tête lasse sur la laine rêche. Dans son sommeil les politiciens
palabrent, les guerriers lancent des poignards vers un nuage
et Laure épluche des petites poires. C'est alors que
la lumière vibrante atteint le coeur de ses rêves: pars nu.

Francesco effleure quelques museaux humides. Il se soulage
dans le blé sauvage.
Et s'(é)lève.

 

Petrarca reist ongewapend door de Ardennen


In nevel knarsen wielen door de wouden.
De paarden houden bijna voor bevel al halt.
Zij liepen reeds op duizend heuvels en langs
duizend beken. Rust nu, tussen vreemde bomen.

 
Herkent de dichter van de buizerd en de sperwer
het verschil in klank? Hij krabt zich in het haar, stapt wat rond
vanwege stijve leden. Naast hem staren donkere vijvers
in stomme schijn omhoog, als ganzen naar een onweer.

 
Hij peinst. Het bestaan plooit zich volgens hem
steeds naar voorspellingen. Voltrek u, wonder, elke keer
opnieuw aan hem: ook in deze onbekende hellingen
ziet hij van zijn lief contouren. Ze stemmen hem droef.

 
Hij kent de grenzen van de wereld niet zo goed.
Wat is er al gebeurd in streken waar hij nooit van hoorde?
Ook daar toch gloorde dagelijks de zon,

begon het daveren van leven steeds opnieuw.

 

Op ruige wol het moede hoofd. In zijn slaap
palaveren politici, gooien krijgers dolken naar een wolk
en schilt een Laura peertjes. Dan slaat trillend licht

in het hart van zijn dromen: vertrek naakt.

 

Francesco raakt wat natte neuzen aan. Hij doet een plas

tussen de wilde weit. En stijgt dan op.

 

 

 

In deze Archipel tevens Op de Kruzenshtern/Sur le Kruzenshtern, De bakkenbaarden van de violist/Les rouflaquettes du violinist en Tweedekkers over de Meir/Biplans sur le Meir – vertaling Bernard De Coen