Verschenen in Bzzlletin, Den Haag, 17de jaargang, nummer 160

KRINGLOOP

Bij avondval vermoed ik
uitgestorven kampen: het spit
wildloos, verwaaiende koude asch.

Dan keert de jager huiswaarts
zonder buit. In zijn hoofd
dansen prooien en schreeuwen.

’s Nachts zijn dromen gevuld
met rakelingse speren.
De driften in zichzelf gevlucht:
alles om te vergeten.
Vergeefs pogen.

Steeds maar weer.

*

DE STERVENDE GERMANICUS

        bij de schilderijen van Nicolas
  
     Poussin en Heinrich Füger

Omgeven door getrouwen
sterft Germanicus. Men rouwt
reeds voor de laatste adem
zijn huidig lichaam rust geeft.

Nog even in het leven voelt hij
zich daarom eenzamer dan ooit,
als Capreae in de zee.

Hij denkt aan sperwers over velden.
Zijn ogen tekenen wegen in de lucht
die wij nooit volgen kunnen.

         Bert Bevers