Verschenen in De Brakke Hond, Antwerpen, nummer 79


ACHTER DE SCHERMEN

“Wat moet er van die jongen worden?”, denkt
Pippijn III de Korte, doorzichtig trots vol wanhoop.
Hij schopt de kleine Karel voor zijn kloten,

te weinig nog in koninklijke vorm gegoten
wanneer het ventje door laat Aken holt. Eenmaal De Grote
rijt het met genoegen buiken open maar ook is de keizer-

analfabeet beschermer van de dichters en de schilders.
Grijnzende hofnar. Voorproever wankelt tussen genot
en angst voor opvolging. Kaarsen flakkeren.

En hoe de kamerheer de sloffen van zijn meester koestert,
en ik belang van eeuwenver geluk inzie: na twaalf eeuwen
in vacuüm vitrines uitgestald, volledig leeg verleden.

 
           
Bert Bevers

 

In De Brakke Hond 79 verschenen verder de gedichten Havenbeeld en Petrarca reist ongewapend door de Ardennen