Verschenen in De Brakke Hond, Mechelen, nummer 82


WHAT THE DEAD POETS KNOW

All the dead poets know that
When you're buried you're in the dark
And they can all imagine for you
The stillness of a corpse under the park.
The sun comes up like a seeing-eye dog
All bounce and golden, faithful
On a leash like a planet, like God
But the poet playing possum has slipped the chain
And lies still, still under the leaves
Under the wood and the plaque and the rites
Frightened at opening his eyes like a child
Counting his fingers like commandments.

Elizabeth Smither

 
WAT DE DODE DICHTERS WETEN 

Alle dode dichters weten dat
Je eenmaal begraven in het donker bent
En voor jou kunnen ze alle de stilte
Verbeelden van een lijk onder het park.
De zon verheft zich als een blindengeleidehond
Een en al gouden opkomst, trouw
Aan de lijn als een planeet, als God
Maar de dichter die zich dood houdt liet de ketting los
En ligt stil, stil onder de bladeren
Onder het hout en de zerk en de riten
Bang om de ogen te openen als een kind
Dat zijn vingers telt als geboden.

            Vertaling Bert Bevers


CASANOVA ANSWERS A LETTER

Madam, you talk of self-immolation
With gloves on and a rosette
Pinned to your wounds as if the body
Grew teeth through love.

I believe it is so, surgeons often
Come upon growths of excess
Composed of bits of hair like nests
And some harder resembling jewels.

I do not flatter myself
With causing these, my stays
Are much too brief and
Futile in your case for this.

            Elizabeth Smither

CASANOVA BEANTWOORDT EEN BRIEF

 
Mevrouw, u rept van zelfopoffering
Met handschoenen aan en een rozet
Op uw wonden gespeld alsof uw lijf
Door liefde tanden liet groeien

Dit moet het zijn: chirurgijnen
Stuiten vaak op vreemde gezwellen
Bestaande uit haar en lijkend op nestjes
En soms zijn ze harder, als edelstenen.

Ik vlei mezelf niet met de gedachte
Dat ik die veroorzaakte, mijn bezoekjes
Zijn daarvoor veel te kort en
In uw geval volkomen nutteloos.


            Vertaling Bert Bevers

                       
*

 

BATHHOUSE, ROMAN WALL

Only the shiny stones in the river
Have something of a torso
And robust jesting while they lathed
The water in steel veils.
Otherwise it's more like dentures
Tourists are protected from and sheep
The uproarious joke of a man who vomits
His teeth with a feather down his throat.
But here is the river same as then
Since drops have not the circulation of men
The spray flying against the wind
The rocks as hard as Roman heads.

 
  
         Elizabeth Smither

 
BADHUIS, ROMEINSE MUUR

Alleen de glimmende stenen in de rivier
Hebben iets weg van een torso
En stoere spelletjes terwijl ze
Het water in stalen sluiers draaiden.
Anders heeft het meer weg van kunstgebitten
Waar toeristen tegen beschermd worden, en schapen.
De luidruchtige aanfluiting van een man die
Zijn tanden uitkotst met een veer in zijn strot.           
Maar hier is de rivier nog net als toen
Want druppels verspreiden zich anders dan mensen.
De nevel die tegen de wind in vliegt.
De rotsen hard als Romeinse schedels.

 
           
Vertaling Bert Bevers