Verschenen in Die felle…Gedichten over vossen,

samengesteld door Emma Crebolder en Albert

Hagenaars, Uitgeverij Gianni, Maastricht, 2005

 

 

Afgemat vosje                  

 

Ha, wat schudde hij die stomme honden

toch weer makkelijk van zich af. Zijn tong

glanst vochtig als deze bessenstruik.

 

Hoe trilt de weke flank na van die straffe

draf, de angst nog in zijn buik. Het gezin

liet hij stil in een hol in slaap, de jongen

 

zacht tegen zijn wijfje aan. Wat verlangt de rekel

naar haar warme lijfje. Maar in avondschemer

houdt het verre meutejanken hem voorlopig in

 

dicht kreupelhout. Dit is míjn woud, dit zijn mijn

bomen. Blijf van al mijn mooie holle wegen weg

toch, denkt de vos. En snakt naar lange rosse dromen.