Verschenen in Gierik
& Nieuw Vlaams Tijdschrift, Antwerpen, 16de jaargang, nummer
58
TILT
I
Deze kluizenaar vermoedt onder
kousen sproetjes
bezweert binnensmonds nachtmerries.
weerkaatsen – luidop maar ongezien,
Toch hangt van dit geluid zijn leven amper af.
never sold out.
Over zinnen laat hij
zilvergrijze sluiers vallen.
Niemand vraagt waarom. Zo is het dan ook goed.
Zingen is voor deze stem geen afdoend woord:
plofjes adem blijven hangen tussen microfoon en
op weg naar waterweegbree, webben en de lippen
een mooie rond o te neuriën.
Wereldvreemde man schept eigen logica.
Wie die niet volgen kan mag heel gewoon
van monsters in de nacht, van schaduwen in
rond de voeten. Hoofdvol galmen wonderen.
voor de kogels in geval van dij.