Verschenen in ’t Kofschip, Dilbeek, 16de jaargang, nummer 5


SAINT-ETIENNE-DE-TINÉE

Quatorze Juillet wordt tot in
de kleinste gehuchten gevierd. Hier
in de bergen lijkt het vuurwerk

zelfs op zijn hoogste punt omlaag
te zijn tegen dat zwaarmassief décor.
Wijn vloeit, er wordt gelachen en

beschonken is men katholiek
in hart en ziel, in koor.
De slaap zo’n nacht schijnt

voortzetting te zijn van
feestgedruis en echolach en
vol wordt stilte dan gedroomd.

II

Quinze Juillet. Vanuit het raam van ’t hotel
waarachter jij toevallig even woont zie je
een oude dorpspastoor het plein aanvegen.

Zijn takkenbezem raspt net zo scherp de stilte
weg als het scheermes de stoppels van je wang.
De klokken gaan luiden: heel kalm zet hij

de bezem aan de kant en schuifelt zich
aan het hoofd van de uitvaartstoet die
doorheen de confetti de kerk aandoet.

De morgen na een feest of niet: er
wordt begraven want het leven moet weer door.
Achter de bergen rommelt donder.

          Bert Bevers