Verschenen in Krakatau,

nummer 38, Rotterdam, 2006

 

 

Kleine suite

 

 

I

 

Ziltgeur van lege middagen aan boulevards.

Herinnering heeft met duur te maken.

Alles is er voorbereiding op. Sporen worden

gebetonneerd, kastjes zijn ingelegd met palissander.

Wij communiceren in breekbare codes.

 

De lucht betrekt vol vlucht naar zuiden:

geen vogel die zich het ei herinnert

 

 

II

 

Je weet wat ze gaan doen maar wacht toch af.

Koestert balletjes in de lucht, kleine. In niet

begrepen traagheid doorbreken ze barrières.

Naast wakende vlammetjes schrijf ik

in deze schuiletage stilletjes warmte bijeen en zie

 

ik meisjes met zwierig om de ranke schouder

kleurige avondtasjes die mee uit dansen mogen.

 

 

III

 

Kinderen dartelen in hun slaapkleed. Ze beloven

dat ze bestendig in elkanders dromen zullen zijn.

Ingekorfde pret. Buiten verbloemt grofkluitig

volk listig onzichtbare gebreken en stappen

politiekers blijmoedig de zeepkist op.

 

Schon dagewesen. Transitzone zacht als breed

wollegras. Hoe zwaar weegt hout op vuur?