Verschenen in Deus ex Machina, Zwijndrecht, 8ste jaargang, nummer 30


Zachtjes rammelend
- als luxaflex achter een stukke ruit -
beweegt zich mensheid.
Ze eet en drinkt
en zucht naar beter tijden.
Onvoorstelbaar onherroepelijk haar
droggedachten lopen vast
in starhard onvermogen.

Het volk klaagt en langt naar spreken
maar onbewust vervalt het weer in macht
en schonkelt zich tenonder.
Hoe moeilijk is het wezen te begrijpen
van mensen toen en nu?
Verandert er iets ooit?

Wij zijn zo klein dat
doden nooit genoeg bevredigt.
Wij zijn zo dom dat
leren nooit meer helpt.

Vergankelijk maar mooi zijn wij
als glinsterend een druppel zweet
op een warme vrouwendij.

Moet dat niet goed genoeg zijn?

       
        Bert Bevers