I’m just a patsy, hield Oswald zelfverzekerd vol, het blauwe
oog voor altijd dichtgeslagen. Vlak voor hij de historie
binnentuimelt is de teruggetrokken schutter
- zo willen reconstructies - bezoeker van een cinema
waar Cry of Battle met Van Heflin kleurloos draait.
Lee Harvey’s laatste film. En ziet hij iets? Officer
J.D. Tippitt dood op straat, Jackie’s roze mantelpakje
onder de presidentenhersenen, en ergens in een zonbeschenen tuin
Van Heflin maait Heflin, bijna 53, helgroen gras. Uit radio galmt moord.
Ook C.S. Lewis sterft vandaag. En Aldous Huxley.
Knarsende deuren, schaduwpatronen, weesgegroetjes
van beton.
De kamer van Justus Lipsius
Aan de oude muren authentiek Spaans goudleer,
Henri de Braekeleer legde dat zo mooi
vast op zijn Man in stoel. Hier is het echt.
Naast de vuurplaats staart Seneca stervend
met bange ogen van Rubens door twaalf
raampjes naar binnentuingebladerte.
Lessenaar smachtend naar beschrijving.
De vloer telt wel achttienhonderd tegeltjes,
eronder geduldige grond. Over deze stille wereld
van bestorven dingen nu opent de avond zich traag,
als een mossel. Ergens klinkt een cantus firmus.
Buiten is regen koel en op weg naar het oosten.
In deze Revolver verder ook de gedichten De Boer van Tienen,
Stabilitas Loci en Winterlandschap met kauwtjes.